GATEN IN BOWLINGBAL

LET OP !!!!!!!!  Nieuwe regelgeving omtrent duim en balansgaten.  De regel die het gebruik van balansgaten in bowlingballen verbiedt, wordt van kracht op 1 augustus, de start van het bowlingseizoen 2020-2021. De regel bepaalt dat alle gaten in een bowlingbal bij elke levering moeten worden gebruikt; elk gat dat niet wordt gebruikt, wordt beschouwd als een balansgat, waardoor de bal illegaal is. Bowlers die hun duim niet gebruiken, mogen niet langer een duimgat hebben, aangezien dit nu als een balansgat wordt beschouwd. Zij moeten ook hun bal markeren om aan te geven waar zij hun handpalm plaatsen bij de delivery. NBF Sportreglement Artikel 717. Gaten.  1. Met betrekking tot de gaten in de bal zijn de volgende regels van toepassing:  a. Er zijn maximaal 5 gaten en/of indeukingen voor het vasthouden van de bal toegestaan, 1 voor elke vinger en 1 voor de duim, allen voor dezelfde hand. De speler moet kunnen aantonen dat hij elk van deze gaten gebruikt voor het vasthouden en gooien van de bal, met dezelfde hand. Elk gat dat niet wordt gebruikt voor het vasthouden en tijdens het gooien van de bal wordt aangemerkt als balansgat (zie hierna onder b).  b. Balansgaten zijn niet toegestaan.  c. Bowlingballen zonder een duimgat moet zijn voorzien van een ingegraveerd kruis (“+”) ter hoogte  van het midden van de handpalm. Tijdens de worp moet de handpalm de (“+”) bedekken.  d. Er is per vinger- en/of duimgat één luchtgat toegestaan met een maximale diameter van 1/4 inch  (afgerond 0,64 centimeter).  e. Er is maximaal één gefreesd gat voor inspectiedoeleinden toegestaan met een diameter van maximaal 5/8 inch (afgerond 1,59 centimeter) en een diepte van maximaal 1/8 inch (afgerond 0,32 centimeter).  2. De gaten in de bal mogen worden opgevuld onder andere ten behoeve van het opnieuw opboren van de bal. Ten aanzien van de vulling gelden dezelfde bepalingen als in Artikel 716, lid 2, en Artikel 232, leden 1 en 2.  3. Het is toegestaan om in de vinger- en/of duimgaten voorwerpen aan te brengen die tot doel hebben om de spanwijdte of de omvang van deze gaten te veranderen, met dien verstande dat deze voorwerpen zodanig moeten zijn aangebracht dat zij tijdens en na het verrichten van een worp vast op hun plaats blijven.